Organisten

Het orgel neemt binnen de eredienst een belangrijk plaats in. Het orgel wordt gebruikt voor de begeleiding van de samenzang.

1e organist: J.H.Bargeman
2e organist: M.Dijkshoorn-Pronk

Historie

Het orgel is gebouwd door de Utrechtse orgelbouwer J. de Koff in 1918 voor de Nederlandse Hervormde Julianakerk te Haarlem-Schoten. HSituatie in Haarlem (foto: Stichting Orgelcentrum)et orgel is geschonken door een zekere Mej. A. A. A. C. Koenen. In 1982 is het orgel geplaatst door de firma Hendriksen en Reitsma. Bij de overplaatsing is het orgel gelijk gerestaureerd en uitgebreid.

Tractuur

Het orgel heeft een mechanische register- en toetstractuur. Dat betekent de verbinding van register (een aantal orgelpijpen van een gelijke klankkleur, bijvoorbeeld Trompet) is mechanisch. Ook het laten spreken van een orgelpijp door het indrukken van een toets vindt op mechanische wijze plaats. Een dergelijk orgel speelt dan ook zwaarder dan een orgel waar deze verbinding elektronisch tot stand komt. In totaal heeft het orgel 20 registers.

De bediening van het orgel vindt plaats vanaf een speeltafel. Vanuit de kerk gezien is de speeltafel links gesitueerd. De speeltafel heeft twee klavieren (manualen) die met de handen worden bespeeld en een voetklavier (pedaal).

Windvoorziening
De orgelpijpen staan op een zogenoemde windlade. In deze windlade wordt lucht gepompt. Tegenwoordig door een windmotor,maar vroeger door te trappen (denk hierbij aan het harmonium).
Het orgel heeft nog een authentieke, werkende trapinstallatie voor de windvoorziening. Op de foto is één van de schepbalgen zichtbaar. Een dergelijk schepbalg is te vergelijken met een balg voor het aanblazen bij een open haard. Door twee van deze balgen te gebruiken en deze om beurten te bewegen ontstaat de lucht.
Daarnaast heeft het orgel nog een magazijnbalg. De magazijnbalg staat
in verbinding met de windmotor. Onder de magazijnbalg is op de foto nog net een gedeelte van de schepbalg zichtbaar.







Hoofd- en nevenwerk

Een manuaal wordt ook wel een werk genoemd. Zo kent het instrument een hoofdwerk en nevenwerk. Het hoofdwerk is het belangrijkste en staat voorin het orgel. De windlade van het nevenwerk is dan ook achter de windlade van het hoofdwerk geplaatst. De orgelpijpen die vanuit de kerk zichtbaar zijn noemen we fronttpijpen. In het front staat de Prestant 8’ opgesteld. Het woord Prestant is afkomstig van het latijnse Prestante en betekent vooraanstaand.

Het leer van de magazijnbalg en van de schepbalg zijn aan vervanging toe. Hiervoor is door de gemeente veel geld ingezameld. Het is de bedoeling dit in medio 2010 uit te laten voeren. Begin 2010 zullen een aantal orgelbouwers worden benaderd voor een offerte.

 


Dispositie van het orgel

 

 

 

 

 

 

Hoofdwerk

Nevenwerk

Pedaal

Bourdon

16‘ (vanaf c)

Vioolprestant

8’

Subbas

16’

Prestant

8’

Viola di Gamba

8’

Bourdon

8’

Violon

8’

Vox Celeste

8’ (vanaf c)

Fagot

16’*

Roerfluit

8’

Holfluit

8’

 

 

Octaaf

4’

Fluit Harmonique

4’

 

 

Octaaf

2’

Nasard

3’*

 

 

Mixtuur

III – IV*

Woudfluit

2’*

 

 

Cornet

V (vanaf gis)

Hobo

8’

 

 

Trompet

8’

Tremolo

 

 

 

Tremulant

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

* = nieuw,1982

 

 

 

 

 

Klavieromvang

C-g’’’

 

 

 

 

Pedaal

C-f’

 

 

 

 

Normale koppelingen

 

 

 

 

Herinnering aan de geefster (foto: H. den Hollander)